Historie

Historie en strijd

Het ontstaan van de traditie:

Vreugdevuren kennen een lange traditie op Scheveningen. Vroeger werd er bij tal van feestelijkheden ‘fikkie gestookt’ op het strand van Scheveningen. Wanneer er exact begonnen is met de kerstboomverbrandingen weet niemand precies, maar waarschijnlijk hangt dit samen met de introductie van de kerstboom in Nederland rond 1850. De kerstbomen werden na de kerstviering ingezameld en met de jaarwisseling waarschijnlijk als afval verbrand, zodoende was de traditie geboren!

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam er een korte einde aan deze traditie, nadat Scheveningen als ‘sperrgebiet’ werd aangewezen door de Duitsers. Uit angst voor een geallieerde aanval op de Nederlandse kuststrook was het strand en andere delen in Scheveningen verboden gebied voor de lokale bevolking en moesten veel Scheveningers verplicht verhuizen voor de aanleg van de Duitse verdedigingslinie.

Na de Tweede Wereldoorlog werden de kerstboomverbrandingen extra uitbundig opgepakt in Scheveningen en Den Haag en werd de regio de kraamkamer van de huidige oudejaarsviering in Nederland. Eind jaren veertig verschenen de eerste nieuwjaarsvuren naast Scheveningen ook in de Haagse wijken; Spoorwijk, Schilderswijk, Laakkwartier en later gevolgd door de hele stad. Groepen jongeren gingen hiervoor op kerstbomenjacht; een activiteit die een apart werkwoord in leven riep: rausen. Rausen is wellicht een herinnering aan de bezettingsjaren, want ook Duitse soldaten konden ‘rauschen’. Bij deze kerstbomenjacht werden er geregeld veldslagen uitgevochten tussen de groepen jongeren waarbij (soms met wapens) af en toe gewonden vielen.

Om de vlammen huizenhoog te laten oplaaien werden er autobanden tussen de gestapelde kerstbomen gelegd. De politie trad onmiddellijk op om de situatie onder controle te houden, maar de situatie escaleerde vaak alleen maar verder door het ingrijpen. In 1952 wees de gemeente zes plekken aan voor zogeheten vreugdevuren een nieuwe term in dit verband die bij voorbaat een gemoedelijke sfeer moest teweegbrengen. Bij één vuur zorgde de Politiekapel voor muziek, alsof het reeds een fijnzinnig feestje betrof. De Hagenezen én Scheveningers waren hier niet in geïntresseerd en er zouden vele jaren van rellen volgen, wat oversloeg op leeftijdgenoten in steeds meer andere steden in Nederland.

Tijdens de jaarwisseling werd er in de deftige Haagse wijken vuurpijlen in de lucht geschoten en in de volkswijken vlogen er kerstbomen, autobanden, auto’s, meubilair en alles wat maar brandbaar was in de hens. Omtrent dit laatste hielden de confrontaties met de politie maar aan; in 1961 viel daarbij zelfs een dode. Pas halverwege de jaren tachtig meende de overheid een antwoord op de onrust te hebben: zij verbrak de nachtelijke ‘monocultuur’ van dronken jongemannen door her en der feesttenten op te richten die aandacht opeisende meisjes moesten lokken. Als alternatief voor de autobanden droeg de politie zelf houten kratten aan en tijdens het overleg met de relschoppers om over zulke zaken te praten raakten zij, voordat ze het wisten in een web van afspraken en voorschriften verstrikt. Ook andere gemeenten zorgen sindsdien voor afleidende feesten en gereguleerde vreugdevuren.

De kerstbomenjacht op Scheveningen:

De jaren 70 t/m 90 waren de hoogtijdagen voor de nieuwjaarsvuren op Scheveningen. Er waren in deze tijd met de jaarwisseling meerdere plekken op Scheveningen waar een vuur georganiseerd werd. In deze tijd had je nog de ‘ouderwetse kerstbomenjacht’ waarbij grote groepen jongeren de straat opgingen in hun zoektocht naar kerstbomen. De Ducdalfstraat in de volksmond Magneet of Woeste Hoogte genoemd, Masco/ Roerstraat, Muis, Keet/ Vijzelstraat, Windasstraat, Kompasstraat, Menninckstraat, Sint Aldegondeplein, Doornstraat, Circustheather en de Weststraat (in mindere maten) zijn zomaar een paar plekken waar met oud en nieuw een vreugdevuur werd georganiseerd.

In de zoektocht naar kerstbomen gingen de buurten variërend van meerdere ploegen van een paar man tot één grote groep van tientallen jongeren de straat op. Als de ene groep de andere groep zag aanlopen met wat kerstbomen in hun handen volgde dit vaak tot geweldadige confrontaties en gingen ze met elkaar op de vuist om de kerstbomen van elkaar te ‘rausen’. Ook gingen de groepen jongeren vaak naar de verstopplek van de tegenpartij om deze leeg te trekken, want als groep sloeg je hiermee vaak een grote slag met je concurrent. De verstopplekken werden vaak bewaakt met meerdere personen (soms met wapens) dus als je ging zorgde je er altijd voor dat je met een grote groep erheen ging. Je won er geen geld mee, maar je deed het wel voor de eer en voor je buurt om het grootste vuur te krijgen.

Tijdens de kerstbomenjacht werden de ‘kostbare’ kerstbomen letterlijk overal verstopt, zodat de politie en de andere buurten niet wisten waar de kerstbomen lagen. De meest favoriete plekken om de kerstbomen te verstoppen waren; tuinen, kelders, schuren, kelderboxen en leegstaande panden. Aangezien de vreugdevuren in die tijd nog illegaal waren werden er in december meer agenten ingezet om de verstopplekken de traceren. De politie ging actief opzoek ging naar de kerstbomen o.a. met behulp van zelfs politiehelikopters! De kerstbomen in de tuinen werden afgedekt met een stuk zeil of werden neergelegd onder een afdakje, zodat deze niet meer zichtbaar waren vanuit de lucht voor de politiehelikopters.

Als er op een plek veel kerstbomen lagen zag je vaak een heel spoor aan dennenaalden in de straat die de verstopplek verraadde. Om te voorkomen dat de andere buurten of de politie de plek ontdekte gebruikte men vaak een bezem om de dennenaalden snel weg te vegen, voordat het te laat was. Al met al was de verstopplek dus een spannend onderdeel van het kat en muisspel wat er speelde met de kerstbomenjacht tussen de buurten en de politie!

De ‘ouderwetse kerstbomenjacht’ was voor de jongeren een leuke bezigheid tussen kerst en oud nieuw. Veel buurtbewoners kwamen tijdens de bouw van de stapel gezellig bij het kampvuur staan van de jongeren om een beetje bij te kletsen of om mee te helpen met het opbouwen van de stapel. Helaas heeft Gemeente Den Haag de traditionele kerstbomenjacht op straat verboden vanwege vernielingen in de wijk, brandveiligheid, bereikbaarheid hulpdiensten, confrontaties politie en andere incidenten tijdens de jaarwisseling. In 1978 gingen er bijvoorbeeld twee gasflessen op de vuurstapel van het Schepenplein wat zorgde voor een enorme ravage met kapotte ruiten toen één van de twee gasflessen explodeerde. De toegesnelde brandweer kon erger voorkomen door de tweede fles nog net op tijd uit het vuur te trekken. Een ander groot probleem met de vreugdevuren in de wijken was dat de ruiten van de woningen regelmatig eruit klapte door de hitte. De glaszetters beleefden vaak gouden tijden op 1 januari, zoals te zien is op onderstaande foto.

Om problemen in de wijk te voorkomen werd er door Gemeente Den Haag voorgesteld om de vreugdevuren voortaan te organiseren op het Noorderstrand. De voorwaarde was wel dat de buurten van de vreugdevuren zo groot en zo hoog mochten bouwen als ze zelf wilde, zodat de onderlinge strijd van de buurten verplaatst zou worden naar een georganiseerde strijd op het strand. De Muis, Roerstraat en Magneet/ Woeste Hoogte gingen hierdoor in 1990 voor het eerst naar het strand. Uiteindelijk bleef alleen nog de Roerstraat over op het strand, omdat de andere 2 partijen het voor gezien hielden. De Muis en Magneet/ Woeste Hoogte miste de spanning van de kerstbomenjacht en de gezelligheid in de wijken op het koude strand, waardoor de Roerstraat als enige vreugdevuur overbleef op het Noorderstrand.

Vanwege het feit dat de andere buurten zich samen voegde met de Roerstraat en de strijd tussen de buurten zich verplaatste naar een strijd tegen Duindorp werd de Roerstraat al snel omgedoopt tot Vreugdevuur Scheveningen (Noorderstrand). Op deze manier kennen we tegenwoordig de huidige strijd om het ‘hoogste vuur’ tussen de enige 2 overgebleven vreugdevuren op Scheveningen; het Noorderstrand van de wijk Scheveningen-Dorp en het Zuiderstrand van de Scheveningse wijk Duindorp.

De huidige strijd:

Ieder jaar strijden de 2 Scheveningse wijken; Scheveningen-Dorp (het Noorderstrand) en Duindorp (het Zuiderstrand) om de titel het ‘hoogste vuur’ van Nederland met oud en nieuw. Dit is een jarenlange traditie van generatie op generatie die de gemoederen flink bezig houdt in zowel Scheveningen als Duindorp, maar ook in de rest van Nederland. Aan het vreugdevuur helpen vele mensen mee van jong tot oud en is het niet voor de strijd dan wel voor de gezelligheid om elkaar weer allemaal te zien. Het vreugdevuur is voor vele Scheveningers een net zo belangrijke traditie als Vlaggetjesdag en voor sommige wel de belangrijkste periode van het jaar!

Waar vroeger nog werd gevochten in de wijken om de meeste bomen en pallets blijven vechtpartijen tegenwoordig tussen de Scheveningers en Duindorpers uit. De felle en spannende strijd die er eerst was tussen de buurten heeft plaats moeten maken voor een georganiseerde strijd. De spanning en het kat en muisspelletje dat je op elke hoek van de straat betrapt kon worden door de politie of een andere buurt met een paar kerstbomen in je handen is er helaas niet meer. Door de georganiseerde manier om zoveel mogelijk pallets te verzamelen bij bedrijven blijven confrontaties tussen beide groepen tegenwoordig uit, omdat de jongeren alleen op afspraak de pallets kunnen komen halen bij deze bedrijven. Ondanks dat de strijd door de jaren heen veranderd is zijn de sfeer, passie en de gezelligheid onder elkaar die erbij horen met het bouwen van de vreugdevuren gelukkig wel gebleven!

Met het stapelen van de vreugdevuren zijn aan beide kanten vele tientallen fanatieke vrijwilligers dag én nacht bezig om in 5 dagen tijd een zo hoog mogelijke brandstapel te bouwen van voornamelijk pallets. De pallets worden volgens een bepaald systeem op elkaar gestapeld, zodat dit bouwwerk stabiel en veilig kan doorgroeien naar een hoogte van rond de 25 á 30 meter (bijna 10 verdiepingen hoog). Op de laatste dag van het jaar helpen de meeste mensen mee dit zijn er vaak 100 tot 200 man. Of het nu regent, sneeuwt of de zon schijnt deze schollenkoppen (bijnaam voor Scheveningers) gaan altijd door met het opbouwen van het grootste nieuwjaarsvuur van Nederland. De gezegde: ‘Schollenkoppen niet te stoppen’ komt dus niet zomaar uit de lucht vallen voor deze harde werkers.

Deze strijd wordt momenteel niet alleen intensief gevolgd vanuit Scheveningen en Duindorp, maar ook in de rest van Nederland en ver daarbuiten. Elk jaar komen er ook vele toeristen uit het buitenland, zoals Amerika, Filipijnen en vrijwel alle Europese landen speciaal in de kerstvakantie naar Vreugdevuur Scheveningen toe om hier de jaarwisseling te vieren. Deze traditie met een strijd tussen 2 nieuwjaarsvuren van zo’n grote omvang is uniek in de wereld en is alleen te vinden in Scheveningen!

Tienduizenden toeristen uit binnen -en buitenland vinden elk jaar steeds makkelijker hun weg naar Scheveningen om de vreugdevuren in levende lijve te bekijken. Deze extra toeristen in de kerstvakantie zijn uiteraard ook goed voor de toeristenbranche in Scheveningen en Den Haag, waardoor de lokale economie en gemeente Den Haag financieel kunnen profiteren van ons evenement. Dit hebben wij mede te danken aan de landelijke media die ervoor gezorgd hebben dat de vreugdevuren landelijke bekendheid genieten en iedereen de gigantische nieuwjaarsvuren een keer in het echt willen zien.

Veiligheid en financiering:

Na het omvallen van de stapel tijdens de jaarwisseling van 2013/2014 zijn er strengere veiligheidsregels afgesproken met de organisatie van Vreugdevuur Scheveningen. Deze veiligheidsregels zijn gekomen in het belang van zowel de bezoekers als de bouwers. Zo is er vanaf 2014 voor het eerst een convenant ondertekend door Vreugdevuur Scheveningen, gemeente Den Haag, politie Haaglanden en de brandweer. Onze organisatie pleit al jaren voor hoge bouwhekken in het geheel rondom de stapel, deze zijn vorig jaar voor het eerst dan ook (gedeeltelijk) rondom de stapel geplaatst. Dankzij de hekken van gemeente Den Haag én de inzet van politie, beveiliging en de organisatie bleven de bezoekers op een veilige afstand staan van het vreugdevuur.

Tijdens het bouwen letten de bouwers extra op de veiligheid zo mogen er tegenwoordig geen mensen meer via de zijkant van de stapel omhoog klimmen, maar moeten zij verplicht via de bouwlift of bouwtrap omhoog. Ook is het tijdens het stapelen verboden om op de buitenste ring te lopen om te voorkomen dat de bouwers uitglijden en naar beneden vallen. De buitenste ring wordt op grotere hoogte altijd hoger gemaakt dan de 2e ring, zodat de buitenste ring functioneert als een muur en er geen bouwers van de stapel kunnen vallen. Al deze veiligheidsmaatregelen hebben ervoor gezorgd dat deze traditie momenteel een stuk veiliger verloopt dan vroeger.

Net als met voetbal speelt ook geld helaas een belangrijke rol in de vreugdenvuurcompetitie tussen Scheveningen en Duindorp. Hoe meer geld er is hoe meer mogelijkheden er zijn om de winst naar je eigen hand te zetten. Duindorp heeft een grotere groep, waardoor zij normaal gesproken meer financiële middelen hebben om het vreugdevuur te organiseren. Het is dus aan onze organisatie om creatiever en slimmer aan geld te komen en om te bezuinigen op bepaalde uitgaven, zodat wij de strijd aan kunnen gaan met Duindorp.

Zo zijn wij in december 2008 voor het eerst begonnen met het zoeken van sponsors die ons financieel willen steunen. In ons eerste jaar vonden wij met pijn en moeite slechts 5 sponsors, maar wat waren wij toen trots met onze eerste sponsors op het strand! In december 2014 hadden wij al bijna 50 sponsors en tegenwoordig melden sponsors zich vanzelf al aan om hun steentje bij te dragen aan dit Nationale Erfgoed…

Het organiseren van het vreugdevuur loopt in de vele duizenden euro’s, maar dankzij onze sponsors, donateurs, de verkoop van artikelen en een geldinzamelingsactie kunnen wij een hoop kosten dekken. Onze kosten bestaan bijvoorbeeld uit; deze website, gehuurde loods, bouwmachines, bussen, vrachtwagens, benzinekosten, werkkleding, oudejaarsfeest en overige kosten. Uiteraard betalen de vrijwilligers zelf ook een bijdrage aan het vreugdevuur dit varieert van een paar tientjes tot een paar honderd euro per persoon het is maar wat iedereen kan missen…

Pallets verzamelen en opbouwen:    

Na het regelen van de financiering gaan wij opzoek naar de tienduizenden pallets en transport die wij binnen ons budget moeten gebruiken voor de opbouw van ons vreugdevuur. Door de jaren heen is er wel het nodige veranderd om het grootste vreugdevuur van Nederland te organiseren. Waar men vroeger pallets, autobanden en kerstbomen in de laatste paar dagen van het jaar op zowel illegale als legale manier bij elkaar verzamelde wordt er tegenwoordig al weken zo niet maanden van tevoren uitsluitend pallets bij elkaar verzameld in een gehuurde loods of bij bedrijven die speciaal voor ons de pallets opsparen.

Tientallen bedrijven worden ruim van tevoren gebeld of ze afvalpallets kunnen opsparen voor het vreugdevuur welke anders toch worden vernietigd. Na het regelen van de pallets moet alles ook logistiek ingepland worden, want in maar 5 dagen tijd moeten tienduizenden pallets aangeleverd en ook opgebouwd worden. Deze hele organisatie vergt een hoop tijd en energie, maar is in de huidige competitie wel noodzakelijk om de strijd aan te gaan met onze enige concurrent op het Zuiderstrand.

Vroeger liepen we door de straten en havens heen met karretjes om kerstbomen en pallets te verzamelen, maar tegenwoordig worden er bestelbussen en vrachtwagens ingehuurd om zoveel mogelijk pallets te verzamelen. Ook het stapelen is door de jaren heen flink veranderd, want in de huidige strijd worden er o.a. ook bouwmachines gehuurd. Bouwliften, verreikers en hefttrucks worden allemaal ingezet om een zo hoog mogelijke stapel te bouwen. Het werkt niet alleen efficiënter en sneller, maar is ook veiliger omdat er minder mensen op de bouwtrappen hoeven te staan. Alleen op deze manier kan je het grootste vreugdevuur van Nederland organiseren, welke ook wereldwijd de aandacht trekt!